Eenmanszaak of BV in 2026? De complete gids voor starters
De keuze tussen een eenmanszaak en een besloten vennootschap (BV) is een van de belangrijkste beslissingen die je als startende ondernemer neemt. Met dalende belastingvoordelen voor eenmanszaken en veranderende regels rondom de BV, is het speelveld voor 2026 drastisch veranderd.
Overzicht: eenmanszaak vs. BV in één oogopslag
| Aspect | Eenmanszaak | BV |
|---|---|---|
| Rechtspersoon | Nee — jij en het bedrijf zijn juridisch één | Ja (Titel 5 Boek 2 BW; art. 2:175 e.v.) — zelfstandige rechtspersoon |
| Privé-aansprakelijkheid | Onbeperkt; volledig privévermogen staat bloot | In beginsel beperkt; wel risico via Beklamel, art. 2:248 BW en art. 36 Inv.w. |
| Oprichting | KvK-inschrijving € 85,15 | Notaris + UBO/Wwft; aanzienlijk hogere kosten |
| Belasting op winst | Inkomstenbelasting box 1 (progressief) | Vpb 19% / 25,8% + box 2 bij uitkering (24,5% / 31%) |
| Aftrekposten & stakingsfaciliteiten | Zelfstandigenaftrek € 1.200, startersaftrek € 2.123, MKB-winstvrijstelling 12,70%, stakingsaftrek € 3.630 bij bedrijfsbeëindiging (art. 3.79 Wet IB) | N.v.t. |
| Verplicht DGA-salaris | N.v.t. | Gebruikelijk loon € 58.000 (2026) |
| Jaarlijkse administratie | Eenvoudig: IB-aangifte en basis-boekhouding | Jaarrekening deponeren, Vpb-aangifte, loonadministratie |
| Jaarlijkse meerkosten | — | € 1.500–€ 3.000/jaar extra accountancy |
| Fiscaal omslagpunt (2026) | Gunstig tot ca. € 90k–€ 100k winst | Gunstig vanaf ca. € 90k–€ 100k winst, vooral bij herinvestering |
| Overstap naar BV | Twee routes: geruisloze inbreng (art. 3.65 Wet IB, fiscaal-neutraal) of ruisende inbreng (met stakingswinst, -aftrek en optionele lijfrente) | Neemt onderneming over tegen boekwaarde (geruisloos) of werkelijke waarde inclusief goodwill (ruisend) |
| Opheffen | Uitschrijven KvK administratief gratis, maar fiscaal afrekenen over stakingswinst (verzacht door stakingsaftrek € 3.630, MKB-winstvrijstelling 12,70% en optionele stakingslijfrente) | Formele liquidatie of turboliquidatie (art. 2:19 lid 4 BW); over de liquidatie-uitkering betaalt de DGA box 2 (24,5% / 31%) |
| Wet DBA-comfort opdrachtgever | Lager; risico op kwalificatie schijnzelfstandige | Hoger (geen absolute vrijwaring, wel comfort) |
| AVB/BAV verzekeringen | Must-have | Must-have (+ eventueel D&O/BCA voor DGA) |
In de secties hieronder werken we elk aspect verder uit met wetsartikelen, bedragen en praktische consequenties.
De juridische kern: persoonlijke aansprakelijkheid vs. de BV-muur
Het meest fundamentele verschil tussen een eenmanszaak en een BV is de juridische status. Een eenmanszaak is geen rechtspersoon; jij en je bedrijf zijn juridisch één. Dit betekent dat je met je volledige privévermogen onbeperkt aansprakelijk bent voor zakelijke schulden. Gaat je eenmanszaak failliet, dan ga jij privé ook failliet.
Een BV is daarentegen wél een zelfstandige rechtspersoon (Titel 5 Boek 2 BW; art. 2:175 e.v.). In principe wordt het vermogen van de eigenaar, de Directeur-Grootaandeelhouder (DGA), gescheiden van het bedrijfsvermogen. Bij een faillissement verlies je als aandeelhouder enkel het bedrag dat je in de BV hebt gestoken. Dit klinkt als de perfecte bescherming, maar deze ‘BV-muur’ is niet waterdicht.
Bestuurdersaansprakelijkheid kan deze bescherming doorbreken. Als DGA kun je privé aansprakelijk worden gesteld bij ernstig verwijtbare onbehoorlijke taakvervulling. Art. 2:9 BW regelt deze interne aansprakelijkheid jegens de vennootschap zelf; externe aansprakelijkheid jegens derden volgt uit art. 6:162 BW (de onrechtmatige daad). Ook ten opzichte van externe schuldeisers loop je risico: de zogeheten Beklamel-norm (voortvloeiend uit jurisprudentie) stelt dat je persoonlijk aansprakelijk bent als je namens de BV verplichtingen aangaat waarvan je wist (of behoorde te weten) dat de BV deze niet kon nakomen. Bij een faillissement kan de curator bovendien de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor het gehele boedeltekort als er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 BW), bijvoorbeeld wanneer de jaarrekening niet tijdig is gedeponeerd. Tot slot is er een belangrijk risico voor starters: je bent als bestuurder hoofdelijk (privé) aansprakelijk voor niet-betaalde loonheffingen en btw als je betalingsonmacht niet tijdig meldt bij de Belastingdienst (art. 36 Invorderingswet 1990).
Must-have verzekeringen: AVB en BAV (ongeacht rechtsvorm)
Een veelvoorkomend misverstand is dat een BV een verzekering vervangt. Dat is onjuist: de BV-muur schermt jouw privévermogen af tegen de schulden van de onderneming, terwijl verzekeringen de onderneming zélf beschermen tegen operationele schadeclaims. Twee verschillende beschermingslagen, geen alternatieven. In de BV zijn goede aansprakelijkheidsverzekeringen net zo noodzakelijk als in een eenmanszaak — zonder dekking kan één grote schadeclaim de BV failliet maken, wat via bestuurdersaansprakelijkheid alsnog op jou als DGA kan terugslaan.
De twee basisverzekeringen voor vrijwel elke ondernemer:
- Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) — dekt schade aan personen of zaken van derden (een klant die struikelt in je kantoor, een laptop die je bij een opdrachtgever laat vallen).
- Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) — dekt financiële schade door beroepsfouten (verkeerd advies, fout in een rapport, gemiste deadline).
Premies verschillen per product en risicoprofiel. Indicatieve starttarieven voor een zzp’er:
- AVB alleen (bedrijfsaansprakelijkheid): vanaf € 8–€ 20 per maand voor laag-risico activiteiten (bijv. Insify, Yezzer).
- BAV alleen (beroepsaansprakelijkheid): vanaf € 25–€ 35 per maand voor zzp’ers (bijv. Insify, Knab).
- Gecombineerd AVB + BAV: doorgaans € 30–€ 50 per maand voor starters; bij een IT-consultant of specialistisch adviseur € 50–€ 65 per maand (bijv. Univé, Hiscox).
- Hoog-risico sectoren (horeca, transport, bouw met personeel): € 50–€ 150 of meer, zeker met personeel in dienst.
Als eenmanszaak zijn deze verzekeringen essentieel omdat je met je privévermogen aansprakelijk bent; als DGA in een BV zijn ze net zo essentieel om de continuïteit van de vennootschap te waarborgen.
Aanvullend voor de DGA: een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O of BCA) dekt de gaten in de BV-muur — claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 / 2:248 BW, Beklamel) en de meldingsplicht betalingsonmacht (art. 36 Invorderingswet). De BV sluit de verzekering af en betaalt de premie als bedrijfskosten, maar de dekking beschermt jou als privépersoon: verweerkosten, schikkingen en schadeclaims die anders op je privévermogen worden verhaald. Premies voor een starters-BV liggen doorgaans rond € 15–€ 50 per maand (Lancyr vanaf ca. € 14, Allianz vanaf ca. € 25).
Het fiscale omslagpunt in 2026: wanneer is de BV voordeliger?
Het antwoord op de vraag “wanneer moet ik overstappen?” wordt sterk gedreven door de fiscaliteit. De afgelopen jaren heeft de overheid de fiscale voordelen voor de eenmanszaak drastisch afgebouwd. De zelfstandigenaftrek (wettelijk verankerd in art. 3.76 Wet IB 2001) — ooit het paradepaardje van de zzp’er — daalt razendsnel: van € 2.470 in 2025 naar slechts € 1.200 in 2026, met een verdere daling naar € 900 in 2027.
Omdat je aftrekposten in de eenmanszaak verdampen, daalt het fiscale omslagpunt. Waar dit punt vroeger rond de € 120.000 lag, ligt het puur fiscale kantelpunt in 2026 al rond de € 90.000 tot € 100.000 winst.
Bij een BV betaal je Vennootschapsbelasting (Vpb). De tarieven hiervoor zijn in 2026 vastgesteld op 19,0% tot een winst van € 200.000, en 25,8% over het bedrag daarboven. Keer je de resterende winst uit als dividend naar privé? Dan betaal je daarover box 2-heffing: 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven. De BV biedt vooral een fiscaal voordeel als je de winst niet direct uitkeert, maar in de vennootschap laat zitten voor herinvestering of pensioenopbouw — je betaalt dan initieel slechts 19% Vpb.
De verborgen kosten: oprichting en jaarlijkse BV-verplichtingen
Fiscaal mag het omslagpunt dalen, maar de operationele realiteit van een BV is duurder en complexer. Waar je een eenmanszaak voor precies € 85,15 inschrijft bij de KvK, vereist een BV de tussenkomst van een notaris en aanzienlijk hogere bedragen. Ondanks digitale oprichtingsmogelijkheden ervaren starters door aangescherpte UBO- en Wwft-controles (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) steeds vaker vertragingen en hogere kosten bij oprichting.
Daarnaast brengt de BV substantiële jaarlijkse kosten met zich mee. Denk aan een complexere boekhouding, deponering van de jaarrekening en een loonadministratie. Deze extra administratieve lasten bedragen gemiddeld € 1.500 tot € 3.000 per jaar meer dan een eenmanszaak.
Een andere zware financiële eis is het DGA-salaris (gebruikelijk loon). Om te voorkomen dat bestuurders zichzelf geen salaris uitkeren en alles via het voordeligere dividend laten lopen, verplicht de Belastingdienst een minimumsalaris. In 2025 bedroeg dit € 56.000; door inflatiecorrecties stijgt het normbedrag naar € 58.000 in 2026. Dit betekent dat je onderneming voldoende liquide middelen moet genereren om maandelijks loonheffingen over dit salaris af te dragen. Haal je dit als starter niet? Dan moet je vooraf in overleg met de Belastingdienst om een lager salaris te mogen hanteren.
Stoppen is complexer dan starten
Veel starters denken: “ik begin gewoon een BV, en als het niet werkt, hef ik hem weer op.” Dat is een misvatting. Een eenmanszaak schrijf je met één formulier gratis uit bij de KvK. Een BV liquideren is een formeel traject. Zelfs bij een turboliquidatie (voor lege BV’s zonder baten) stelt de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie strenge eisen. Zo moet het bestuur verplicht een balans en staat van baten en lasten deponeren (art. 2:19 lid 4 BW). Specifiek deze verantwoordingsverplichting is bij niet-naleving een economisch delict waarop hoge boetes of zelfs een bestuursverbod van 5 jaar staan. De afzonderlijke bekendmakingsplicht jegens schuldeisers draagt die strafrechtelijke sanctie niet — maar het niet-deponeren van de verantwoordingsstukken volstaat al om aansprakelijk te worden gesteld.
Wet DBA en handhaving: een extra reden voor de BV?
Een nieuwe factor in de besluitvorming voor 2026 is de opgeheven pauze op de handhaving van de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Per 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer volop op schijnzelfstandigheid. In 2025 gold nog een zachte landing: wel naheffingen over niet-afgedragen loonheffingen, maar geen verzuim- of vergrijpboetes.
Met de Kamerbrief van 19 december 2025 (“Gedeeltelijke verlenging zachte landing handhaving schijnzelfstandigheid”) is deze zachte landing gedeeltelijk verlengd naar 2026:
- Vergrijpboetes (bij opzet of grove schuld) kunnen vanaf 2026 wél worden opgelegd — nieuw t.o.v. 2025.
- Verzuimboetes worden in 2026 nog steeds niet opgelegd.
- De Belastingdienst start in beginsel nog met een bedrijfsbezoek alvorens over te gaan tot boekenonderzoek.
Volledige reguliere handhaving — inclusief alle boetesoorten — is daarmee verschoven naar 1 januari 2027. Ook daarna geldt nog een ingroeimodel voor de terugkijktermijn: tot 2030 mag de Belastingdienst in beginsel niet verder terugkijken dan 1 januari 2025 (behoudens kwaadwillendheid). Pas vanaf 2030 geldt weer de reguliere vijfjaarstermijn.
Biedt een BV dan de oplossing? Nee — althans niet juridisch. De Belastingdienst toetst de arbeidsrelatie op de feitelijke situatie (gezag, persoonlijke arbeid, tegenprestatie), niet op de rechtsvorm waaronder je factureert. Bij evidente schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst door de BV heen kijken (doorkijkmethode): de opdrachtgever wordt dan alsnog aangemerkt als werkgever en moet loonheffingen afdragen — de BV-structuur wordt genegeerd. De criteria voor echte zelfstandigheid (ondernemersrisico, meerdere opdrachtgevers, vrijheid van werkuitvoering) moeten onverkort aanwezig zijn, ongeacht of je factureert vanuit een eenmanszaak of vanuit een BV.
In de praktijk biedt een BV wél meer comfort aan opdrachtgevers: een eigen rechtspersoon, verplicht DGA-loon en boekhoud- en deponeringsplicht vormen samen stevigere argumenten voor zelfstandigheid. Sommige grote opdrachtgevers huren om die reden alleen nog BV’s in — niet omdat het juridisch veiliger is, maar omdat het operationele risico op naheffing beter beheersbaar is. Juridische vrijwaring krijg je pas door werkelijke zelfstandigheid, niet door een rechtsvorm.
Wanneer en hoe overstappen? Geruisloos of ruisend
Gezien de complexiteit, de oprichtingskosten en de drempel van het DGA-salaris van € 58.000 luidt het advies voor de meeste starters onverminderd: start als eenmanszaak. In de eerste jaren profiteer je (naast de resterende zelfstandigenaftrek) van de startersaftrek ter waarde van € 2.123 per jaar, wat de opstartfase financieel behapbaar maakt.
Groeit je bedrijf structureel door naar een winst van ruim € 100.000 tot € 120.000 (het ‘praktische omslagpunt’ inclusief jaarlijkse meerkosten), dan is het tijd voor de overstap. De Wet IB biedt daarvoor twee routes: geruisloze of ruisende inbreng. Welke route fiscaal voordeliger is, hangt af van de hoogte van de stakingswinst, je actuele IB-schijf en of je een stakingslijfrente wilt aankopen.
Stakingsfaciliteiten bij beëindiging van de eenmanszaak
Stop je de eenmanszaak (door staking óf door ruisende inbreng in een BV), dan bereken je de stakingswinst: het verschil tussen de werkelijke waarde van de activa (inclusief goodwill) en de fiscale boekwaarde. Over die winst gelden verzachtende faciliteiten:
- Stakingsaftrek — een eenmalige vrijstelling van € 3.630 op de stakingswinst (art. 3.79 Wet IB 2001).
- MKB-winstvrijstelling — 12,70% van de stakingswinst (na stakingsaftrek) is vrijgesteld, net als bij reguliere jaarwinst.
- Stakingslijfrente — je mag de stakingswinst (tot een jaarlijks gemaximeerd bedrag) omzetten in een lijfrente (art. 3.129 Wet IB). De premie is aftrekbaar, waardoor je de directe belastingheffing uitstelt naar de uitkeringsfase en tegelijk pensioen opbouwt.
Geruisloze inbreng (art. 3.65 Wet IB 2001)
Bij geruisloze inbreng neemt de nieuwe BV de fiscale boekwaarden van je eenmanszaak over. Er ontstaat geen stakingswinst, dus je betaalt op het moment van overdracht geen inkomstenbelasting over opgebouwde meerwaarde of goodwill. De fiscale claim verschuift mee naar de BV — bij latere verkoop van aandelen of activa wordt er alsnog afgerekend. Kernpunten:
- Vereist een materiële onderneming; pure beleggingsactiviteiten zijn uitgesloten.
- Bij vervreemding van de aandelen binnen drie jaar na inbreng (driejaarstermijn) wordt vermoed dat deze deel uitmaakt van een overdrachtsplan (omgekeerde bewijslast, bevestigd door Kennisgroep Belastingdienst KG:212:2022:11). Lukt het de DGA niet dit vermoeden te weerleggen, dan wordt alsnog afgerekend over de doorgeschoven claim; er is dus geen absoluut vervreemdingsverbod.
- Stakingsaftrek en MKB-winstvrijstelling zijn niet van toepassing (er is immers geen stakingswinst).
- De standaardvoorwaarden van de Belastingdienst gelden; een fiscalist stelt het inbrengcontract en de voorovereenkomst op. Deze moet vóór 1 oktober van het jaar waarin het gewenste overgangstijdstip valt bij de Belastingdienst zijn ingediend — dit biedt maximaal 9 maanden terugwerkende kracht.
Ruisende inbreng
Bij ruisende inbreng staakt je eenmanszaak fiscaal en draag je de activa over aan de BV tegen werkelijke waarde. Over de stakingswinst (inclusief goodwill) betaal je direct IB, zij het verzacht door stakingsaftrek, MKB-winstvrijstelling en eventueel een stakingslijfrente. Kernpunten:
- De BV krijgt een stap-op-waarde: activa komen op de balans tegen werkelijke waarde; goodwill mag in de BV worden afgeschreven met maximaal 10% per jaar — dus minimaal 10 jaar (art. 3.30 lid 2 Wet IB 2001, dat via de schakelbepaling art. 8 lid 1 Wet Vpb 1969 ook voor de BV geldt).
- De DGA krijgt aandelenkapitaal, agio, of een vordering op de BV in rekening-courant.
- Aantrekkelijk bij: beperkte stakingswinst, een lage IB-schijf in het jaar van overdracht, of de wens om de stakingswinst via lijfrente in pensioenopbouw om te zetten.
- Geen driejaarstermijn — je kunt de aandelen in beginsel direct vervreemden.
Welke route past bij jou? Een fiscalist rekent beide scenario’s door: de directe belastingdruk (ruisend, eenmalig) tegenover het uitstel (geruisloos, pas bij verkoop BV). Bij hoge goodwill en een bescheiden IB-schijf kan ruisend op korte termijn voordelig zijn; bij forse stakingswinst en een lange voortzettingsduur weegt geruisloze inbreng vaak zwaarder. Begeleiding door een fiscalist en een notaris is in beide gevallen essentieel.
Actiepunten voor starters
- Beoordeel je startpositie: verwacht je het eerste jaar direct grote risico’s, personeel of een winst structureel boven de € 100.000? Overweeg de BV. Zo niet, start veilig en voordelig als eenmanszaak.
- Regel je verzekeringen: beperk je risico’s met een goede Bedrijfs- en Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (AVB/BAV). Hiermee bouw je als eenmanszaak een grote beschermingslaag voor een fractie van de BV-kosten.
- Houd het omslagpunt in de gaten: monitor jaarlijks je winst. Zodra je structureel (dus niet eenmalig) rond de € 90.000 tot € 100.000 winst draait, is het tijd om een fiscalist beide inbrengroutes (geruisloos en ruisend) door te laten rekenen — inclusief stakingsaftrek, MKB-winstvrijstelling en een eventuele stakingslijfrente.
- Wees voorbereid op het DGA-loon: besef dat een BV in 2026 vereist dat je maandelijks belasting afdraagt over een fictief salaris van € 58.000. Zorg dat je cashflow dit toelaat.
Bronnen
- Tarieven Vennootschapsbelasting 2026 — Belastingdienst.nl
- Afbouw Zelfstandigenaftrek & ZZP-regels — Rijksoverheid.nl
- Fiscale sleuteltabel 2026 (omslagpunt & tarieven) — Rijksoverheid.nl
- Wetsvoorstel Belastingplan 2026 (gebruikelijk loon stijging naar € 58.000) — Rijksoverheid.nl
- Handhaving op schijnzelfstandigheid (Wet DBA) — Rijksoverheid.nl
- Kamerbrief 19 december 2025 — Gedeeltelijke verlenging zachte landing handhaving schijnzelfstandigheid — Rijksoverheid.nl
- Rechtspersoonlijkheid BV — Burgerlijk Wetboek Boek 2, Titel 5 (art. 175 e.v.)
- Interne bestuurdersaansprakelijkheid — Burgerlijk Wetboek Boek 2, art. 9
- Externe bestuurdersaansprakelijkheid (faillissement) — Burgerlijk Wetboek Boek 2, art. 248
- Hoofdelijke aansprakelijkheid belastingschulden — Invorderingswet 1990, art. 36
- Zelfstandigenaftrek wettelijke basis — Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.76
- Inschrijven eenmanszaak — KvK.nl
Verdere verdieping per scenario: Starten als ZZP’er in 2026 behandelt het eenmanszaak-scenario in detail (KvK, KOR, btw, urencriterium, pensioenopbouw). De DGA en zijn software — Gebruikelijk Loon 2026 gaat in op de BV-kant: normbedrag € 58.000, 100%-regel, afroommethode, WBSO + Innovatiebox en softwarewaardering bij inbreng.
Laatste update: april 2026. Dit artikel geeft een algemeen overzicht en is geen individueel fiscaal advies. Voor jouw specifieke situatie adviseren wij altijd je boekhouder of fiscalist te raadplegen.